2018 wordt een rampjaar

In 2018 gaan de 388 gemeenten over tot een nieuwe manier van bekostiging van de jeugdzorg. Het bestaande DBC systeem wordt vervangen door een financiering, waarvan niemand weet hoe die uit zal pakken.

De contracteisen zijn vaak absurd. In Groningen zijn de onderhandelingen tussen Accare en de gemeente inmiddels (juni 2017) vastgelopen. dat wijst erop, dat er nu al onoverbrugbare verschillen zijn. De verwachting is dat er uiteindelijk meerdere gemeenten zullen zijn, met wie aanbieders geen contract zullen willen afsluiten. in die gemeenten zal er dus geen kinderpsychiatrische zorg ingekocht zijn, en dat is strijdig met de wet.

De VNG belooft dat de administratieve druk zal verminderen en dat de wildgroei aan contracten (388) zal afnemen. Niets is minder waar. Voor 2018 zijn er drie bekostigingsmodellen in de maak waaruit de gemeenten kunnen kiezen. Alsof dit nog niet genoeg administratieve overlast zal geven, zijn gemeenten ook nog vrij hun eigen variant te hanteren, waardoor er dus weer 388 financieringsafspraken gemaakt moeten worden door de instellingen: VNG: Outputgerichte bekostiging, taakgerichte bekostiging en inspanningsgerichte bekostiging.

Sommige gemeenten hebben hun plannen al klaar, maar gemeenten moeten nog beginnen met de aanbestedingsplannen. En er zijn gemeenten die nu al besloten hebben pas in 2019 over te gaan naar een nieuw systeem, en houden nog vast aan het DBC-systeem. Een chaos dus, want van de aanbieders wordt verwacht dat ze de administratieve middelen hebben om met al deze verschillen om te gaan. En dus een verdere toename van de administratieve lasten.

 

Er zijn heel veel aanwijzingen dat het een rampjaar wordt. De problemen zijn in te delen in drie groepen:

1- een nieuwe manier van bekostigen zal leiden tot extra bezuinigingen

2- de eisen zijn tegenstrijdig en onuitvoerbaar en leiden tot nog meer administratieve druk

3- outputmetingen zijn onzinnig en leiden tot nog meer administratieve druk

 

 

1- een nieuwe manier van bekostigen zal leiden tot extra bezuinigingen

De onzekerheid over de nieuwe manier van bekostigen  zal tot verdere bezuinigingen leiden, zoals dat ook in2015 het geval was bij de invoering van de jeugdwet. in 2015 hielden de gemeenten 1,3 miljard euro over aan jeugdzorg en WMO.

 

 

3- outputmetingen zijn onzinnig en leiden tot meer administratieve druk

De prestatiebekostiging is een slecht idee. De mogelijkheden om de zorg in de ggz inzichtelijk te maken via objectief meetbare indicatoren zijn zeer beperkt. Vooral de meetbaarheid van de geleverde kwaliteit  bij patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening is problematisch, aldus de Rekenkamer. Want het is bij deze groep moeilijk te voorspellen hoe de ziekte verloopt, hoe lang de behandeling duurt en wat de uitkomst zal zijn. Ook hebben deze patiënten vaak meer dan alleen psychiatrische zorg nodig. Denk aan bijvoorbeeld huisvesting en begeleiding rondom werk. Als de situatie van de patiënt dan verbetert, kan dit vervolgens niet rechtstreeks worden toegeschreven aan de geleverde zorg. Het is daarom zeer de vraag of het überhaupt mogelijk zal zijn voor alle aandoeningen een koppeling te maken tussen de zorgvraag van de patiënt, de behandeling van de zorgstandaard, normen voor de uitkomst van zorg én de bekostiging.

Mede daarom adviseert de Algemene Rekenkamer  de minister van VWS de tijd te nemen voor de invoering van een nieuw bekostigingssysteem, dat voor 2019 op de rol staat. De Rekenkamer adviseert ook om het Zorginstituut een oordeel over vragen over de bruikbaarheid van ROM-data: Rekenkamer : prestatiebekostiging ggz moet beter

Uit onderzoek naar de voorspellende waarde van de HONOS blijkt: De HONOS voorspelt niets!

Waarom denken de gemeenten dan zij zij we een betrouwbare outputmeting kunnen doen? Laat staan dat het niet behalen van het (door een wijkteam!) gestelde doel reden mag zijn een korting van 30% op te leggen, zoals in sommige contracten al wordt opgelegd.

Bovendien blijft het probleem structureel: 388 gemeenten maken ieder een eigen afspraak, geheel naar eigen inzicht, en daarmee blijft de bureaucratie een structureel en kostbaar onderdeel van de financiering: vage afspraken maken jeugdzorg bureaucratisch en duur

Er zijn nog andere bedreigingen: volgens de EU moet er aanbesteed worden bij contracten groter dan 750.000. Hierdoor bestaat het gevaar dat buitenlandse aanbieders in de markt komen en de ‘race to the bottom’ nog verder stimuleren, terwijl de kwaliteit van zorg door de bodem schiet. Alarm om aanbesteden van zorg Want hoe kan een buitenlandse aanbieder ooit goed aansluiten bij de Nederlandse kinderen en ouders? Maar dat aanbesteden inmiddels al een realiteit is, is te zien in de gemeente Hollands kroon waar Incluzio sinds 2016 verantwoordelijk is voor zowel de uitvoering van de wijkteams als de toegang, signalering en de levering van ondersteuning en zorg aan de bijna 50.000 inwoners.