vertrouwen in decentralisatie en in jeugdzorg verder afgenomen

Born: Binnenlands Bestuur

Vertrouwen in decentralisaties in het algemeen iets gestegen, behalve in de jeugdhulp:

De waardering hiervoor daalde vorig jaar verder van gemiddeld een 7,6 in 2014 via een 7,2 in 2015 naar gemiddeld een 7,0 het afgelopen jaar. Ouders met opvoedproblemen waarderen de geboden hulp (met een 6,6) het laagst. Voordat de jeugdhulp onder de verantwoordelijkheid van gemeenten viel, werd deze nog met een 7,4 gewaardeerd. Ook ouders van een kind met gedrags- of psychische problemen zijn met een 7,1 niet alleen minder tevreden dan in 2014 (7,7), maar ook meer ontevreden dan vorig jaar toen de waardering op 7,2 lag. De waardering van de hulp door ouders voor een kind met verstandelijke beperking lag in 2014 op 7,6 en nu op 7,0 en is daarmee iets gestegen ten opzichte van de 6,8 in het eerste jaar van de decentralisatie. De zorg en ondersteuning die vanuit de Wmo wordt ontvangen, wordt net als in 2015 het beste (met een 7,4) gewaardeerd. Voor de decentralisaties werd deze zorg met een 7,7 gewaardeerd.

Wijkteams

De waardering voor de sociale wijkteams is in 2016 ten opzichte van 2015 licht gedaald. De hulp die mensen van de wijkteams kregen, werd vorig jaar met een 6,6 beoordeeld. Een jaar eerder lag dat op een 6,7. Een kwart van de mensen die bij het wijkteam aanklopten, gaven het wijkteam een (dikke) onvoldoende. Deze mensen stellen dat er te weinig specialistische kennis aanwezig is (47 procent), het te lang duurt voor de hulp kon worden geboden en dat er slecht wordt geluisterd (beide 42 procent). Bijna de helft van de mensen die contact zoekt met het wijkteam is zeer tevreden over het team. Zij geven het wijkteam een 8 of hoger.